Deze site is verhuisd

Plaats een reactie

Vanaf heden publiceer ik op een nieuwe plek:

andereverhalenuitderechtbank.nl

Advertenties

donatie

Plaats een reactie

1000euroTevreden lezers mogen hun dankbaarheid ook financieel uiten.

tav Jurgen Swart Journalistiek

tav Andere Verhalen uit de rechtbank

NL30 INGB 0004 6114 42

Columnist advocaat Joost Denissen Elektronische detentie zoals Fred Teeven het wil invoeren, is gedoemd te mislukken

Plaats een reactie

 

 

Joost-Denissen

 

 

 

 

Joost Denissen

‘ik ben voorstander van de invoering van elektronische detentie om bij ‘korte’ gevangenisstraffen de negatieve effecten van een verblijf in de gevangenis te ontlopen’.

Columnist Joost Denissen ziet niets in de manier waarop staatssecretaris Fred Teeven elektronisch huisarrest wil invoeren. Denissen vreest dat gestraften thuis met een biertje op de bank eindigen.

On the road

Als strafpleiter met een landelijke praktijk reis je het hele land door om cliënten bij te staan ter zitting en hen te bezoeken. Hoewel de voorgestelde sluiting van een groot aantal penitentiaire instellingen wellicht tot wat minder reizen zal leiden, blijft de prettige bijkomstigheid van een geregeld verblijf in de auto en de daardoor geboden gelegenheid om eens rustig een radio-uitzending te beluisteren.

Interview

Het interview met de Staatsecretaris van Veiligheid en Justitie over zijn Masterplan DJI in het radioprogramma ‘Met het oog op morgen’ op 23 maart 2013 begon sterk, met het voorhouden van een tweetal citaten van deze voormalig officier van justitie:

Thuisdetentie is geen geloofwaardige vervanging van gevangenisstraf.”

“Het vervangen van gevangenisstraf door thuisdetentie is te triest voor woorden.”

Voorstel

Er wordt onder meer een wetswijziging voorgesteld die ziet op een aanpassing van de wijze waarop gevangenisstraffen ten uitvoer kunnen worden gelegd. De bestaande wijze van detentiefasering wordt afgeschaft. Elektronische detentie – als executiemodaliteit – wordt ingevoerd.

Hiermee wordt ingezet op een vermindering van recidive en een forse bezuiniging.

Paradox

Het voorstel om elektronische detentie in te voeren lijkt in eerste instantie tegenstrijdig aan de in het verleden gedane uitspraken van de Staatsecretaris. Immers, hij zegt dat het geen goed idee is. Vervolgens stelt hij voor om het in te voeren.

Bij nadere bestudering van het voorstel blijkt echter dat sprake is van een schijnbare tegenstelling. Teeven is nog steeds geen voorstander van elektronische detentie:

“Ik neem met overtuiging de eerste twee maatregelen; mensen op een arrestantenregime en mensen met zijn tweeën op één cel. En noodgedwongen neem ik de maatregel van elektronische detentie. (…) Die enkelband is een maatregel die ik liever niet genomen had, maar om de bezuinigingen te realiseren ga ik het toch doen.”

Aldus Fred Teeven zelf in een afrondende beschouwing aan het eind van het interview.

Toch voert hij het in. Echter op een wijze die aan de effectiviteit van het voorstel ernstig afbreuk doet. Na bestudering van het Wetsvoorstel, de Memorie van Toelichting en het Masterplan DJI 2013-2018 is het wat mij betreft de vraag hoe vaak in de praktijk elektronische detentie zal kunnen worden toegepast. Mijns inziens worden de gestelde doelen op de voorgestelde wijze onvoldoende nagestreefd.

Detentiefasering

De af te schaffen detentiefasering houdt in – kort gezegd – het geleidelijk toewerken van een gedetineerde naar steeds meer vrijheden. Onderdeel daarvan zijn verschillende vormen van verlof, verschillende vormen van regime en het penitentiair programma.

Elektronisch toezicht

Elektronisch toezicht – dit is iets anders dan elektronische detentie – is vaak onderdeel van het penitentiair programma. Met dit instrument kan er op worden toegezien of de gedetineerde zich op een geboden locatie – zoals het verblijfadres of op het werk – bevindt.

Elektronische detentie

De nieuw in te voeren elektronische detentie kan in de eerste plaats worden toegepast bij (relatief) korte gevangenisstraffen van minder dan 6 maanden.

Daarnaast is voorzien in toepassing van elektronische detentie aansluitend op het deels ondergaan van een gevangenisstraf van meer dan 6 maanden, als deze ten minste voor de helft is ondergaan. In ieder geval kan elektronische detentie nooit langer duren dan 18 maanden.

De rechter kan desgewenst een stokje steken voor elektronische detentie, door in zijn uitspraak aan te geven dat die modaliteit in een specifieke geval niet mag worden toegepast.

Voorstander

Op zichzelf ben ik voorstander van de invoering van elektronische detentie. Immers, die modaliteit biedt de gelegenheid om bij ‘korte’ gevangenisstraffen de negatieve effecten van een detentie te ontlopen. Een en ander met behoud van woning, werk, sociaal netwerk etc. en het uitblijven van een negatieve invloed van detentie.

Het biedt de rechter bovendien de gelegenheid om een straf op te leggen die als tussenvariant zou kunnen gelden tussen een werkstraf en een gevangenisstraf.

Daarnaast biedt het de gelegenheid om aansluitend op het ondergaan van detentie, voorbereid te worden op een (volledige) terugkeer naar de samenleving. Een mogelijkheid die overigens thans al wordt geboden door de detentiefasering in combinatie met elektronisch toezicht.

Abrupte overgang

Door afschaffing van de detentiefasering is van een geleidelijke gewenning aan en een terugkeer naar de samenleving, niet langer sprake. Van een abrupte overgang des te meer. Van de een op de andere dag zal een gedetineerde vanuit de gevangenis terecht komen in een situatie met veel meer vrijheid.

Noch in de Memorie van Toelichting, noch in het Masterplan wordt hieraan enige overweging gewijd. Mijns inziens zou het terugdringen van recidive gediend zijn met het behoud van de detentiefasering althans enige vorm daarvan en meer integratie daarvan met de modaliteit elektronische detentie.

Voorwaarden

Het Wetsvoorstel voorziet in een aantal voorwaarden waaronder elektronische detentie kan worden toegepast. Bijvoorbeeld gedetineerden zonder geldige verblijfstatus of een geldig identiteitsbewijs zullen worden uitgesloten van deelname aan elektronische detentie. Is er rekening mee gehouden dat met de strafbaarstelling van illegalen, een toename zal plaatsvinden van juist deze groep gedetineerden?

Voorts dient men te beschikken over een vast en aanvaardbaar verblijfadres. Ervaringen met de aanvraag van verlof en elektronisch toezicht leren dat een geschikt adres niet zonder meer voorhanden is. Met grote regelmaat wordt het verblijfadres dat men voor ogen had om uiteenlopende reden ongeschikt geacht.

Daarnaast zullen bij de beoordeling van de geschiktheid voor deelname aan elektronische detentie de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke risico’s worden meegenomen. Daarbij wordt acht geslagen op de criminele en justitiële – interessant onderscheid – voorgeschiedenis van de veroordeelde en psychische gesteldheid of verslaving. Een en ander zal zien op een niet onaanzienlijk deel van de detentiepopulatie.

Uitsluiting

Het voorstel neemt als uitgangspunt dat elektronisch detentie alleen is bedoeld voor gemotiveerde gedetineerden. Vrijheden moeten met goed gedrag worden verdiend. Gelet op het voorgaande worden echter bepaalde groepen gedetineerden reeds op voorhand uitgesloten. Ongeacht motivatie of gedrag.

Arbeid

Er zullen nadere regels gesteld worden in verband met de mogelijkheid van toepassing van elektronisch detentie. Onder meer met betrekking tot het werken tijdens de deelname aan elektronische detentie. In de Memorie van Toelichting of het Masterplan DJI 2013-2018 wordt niet concreet geduid hoe deze regels zullen luiden. Afgaand op de woorden van de staatsecretaris zullen dit strenge regels zijn. De vraag is in hoeverre gedetineerden in staat zullen zijn om te voldoen aan die regels.

In zijn bezuinigingsdrift, die met name het gevolg is van de economische crisis, gaat de staatssecretaris er kennelijk aan voorbij dat sprake is van een dergelijke crisis. De banen liggen niet voor het oprapen. Juist gedetineerden horen helaas vaak tot die groep die extra moeite ondervindt bij het vinden van werk. In de Memorie van Toelichting wordt hierover slechts kort gesteld dat het voornemen bestaat om gedetineerden zonder dienstverband waar mogelijk in te zetten voor werkzaamheden die ten nutte komen aan de maatschappij, zoals het onderhoud aan overheidsgebouwen en monument. Dit deed mij denken aan de minder elektronische voorloper van de enkelband.

clip_image002

Hoe aan een en ander concreet vorm zal worden gegeven en in hoeverre vraag en aanbod op elkaar zullen zijn afgestemd blijft onduidelijk.

 

Uitval

Hier uit zich met name het gebrek aan overtuiging bij de Staatsecretaris. In het Masterplan wordt uitgegaan van een uitvalpercentrage van 10%. Gelet op het voorgaande zou ik de staatssecretaris willen adviseren om na te gaan, of dat uitvalpercentage als gevolg van door hem te stellen voorwaarden aan elektronische detentie wel reëel is. Dat percentage zou wel eens veel hoger kunnen liggen. De voorgestelde bezuinigingen zullen dan niet worden bereikt.

Alternatieven

Vanuit het perspectief van recidivebeperking is het overigens opvallend te noemen dat in het voorstel niet is voorzien in een alternatieve vorm van afdoening noch begeleiding voor diegenen die uiteindelijk niet in aanmerking komen voor elektronisch detentie, terwijl de detentiefasering in het geheel wordt afgeschaft.

Capaciteit

Dit gegeven in combinatie met andere voornemens van de regering doet de vraag rijzen of er na de voorgestelde sluiting van al die gevangenissen nog wel voldoende capaciteit over is voor de huisvesting van deze gedetineerden. Zo is aangekondigd dat er naar zal worden gestreefd om opgelegde gevangenisstraffen vaker en sneller daadwerkelijk ten uitvoer te leggen. Daarnaast wordt het wenselijk geacht dat bij een veroordeling de opgelegde gevangenisstraf direct ten uitvoer wordt gelegd, ondanks hoger beroep waardoor de uitspraak van de rechter nog niet definitief is.

Voor je het weet zitten veroordeelden, bij gebrek aan capaciteit, gewoon lekker thuis met een biertje op de bank.

Proost!

Joost Denissen is advocaat in Utrecht bij Louwerse & Veen Advocaten en gespecialiseerd in de behandeling van strafzaken en detentiezaken. Hij is ook bestuurslid van de vereniging van jonge Nederlandse strafrechtadvocaten. (NVJSA). Denissen verdedigt een van de verdachten van de moord op Bart Nelson.

Donatie

Plaats een reactie

euroLeest u graag de verhalen op deze blog? De productie van deze blog gaat niet zonder kosten. U kunt uw waardering laten blijken met een donatie. Stort een klein -of groot- geldbedrag op mijn bankrekening.

4611442 ING

tav Jurgen Swart Journalist.ovv andereverhalenuitderechtbank.nl

Columnist advocaat Maarten Meulemeesters noemt de nieuwe wet processtukken een valse belofte

2 reacties

maartenmeulemeesters

door Maarten Meulemeesters

Het Openbaar Ministerie kan mijn briefjes straffeloos blijven negeren

De nieuwe wet processtukken: een valse belofte!

Per 1 januari 2013 is de veelbelovende wet processtukken in strafzaken in werking getreden. Uiteraard hadden we al een artikeltje in het wetboek van strafvordering dat hierop leek, maar deze wet lijkt écht beter. De verdachte -en daarmee ook zijn advocaat- kan nu al in het voorbereidend onderzoek kennisnemen van bepaalde processtukken door een verzoek te richten aan de officier van justitie. Dit recht komt hem in elk geval toe vanaf het eerste verhoor na aanhouding.

hamer

Ik wil aan de hand van twee voorbeeldjes beschrijven hoe het er in de praktijk aan toe gaat. Een voorbeeld van vóór de invoering van de wet processtukken en één van na de invoering.

Ergens halverwege 2012 bezocht ik mijn cliënt op het politiebureau. Hij was aangehouden op verdenking van mishandeling en bedreiging. Mijn cliënt was de eindeloze geluidsoverlast van zijn buren zo zat dat het hem raadzaam leek om zijn betoog wat kracht bij te zetten met een hamer. Echt veel indruk maakte het niet, omdat zijn kop-grotere buurman al snel de hamer uit zijn handen had gepakt en de tegenaanval had ingezet. Resultaat: een cliënt met een gat in zijn hoofd.

In feite waren de rollen dus omgedraaid: de dader was het slachtoffer geworden. Mijn cliënt komt mogelijk een beroep op zelfverdediging toe. Het lijkt mij daarom nodig om in een zo vroeg mogelijk stadium de buurman als getuige te horen. Maar niet voordat ik de aangifte en eventuele andere verklaringen heb gelezen!

getuigen

Op 18 juli 2012 diende ik een verzoek om getuigen te horen bij de rechter-commissaris in inclusief het verzoek om de processtukken te verkrijgen. Ik kreeg een ontvangstbevestiging terug. Op 9 augustus heb ik een rappel gestuurd of er al een beslissing op mijn verzoek was genomen. Het bleef windstil.

Na verschillende malen gebeld te hebben stuurde ik op 5 december nog maar eens een rappel. Op 19 december kwam het verlossende antwoord: de officier van justitie heeft de stukken laten archiveren. “Indien het definitieve proces-verbaal van de politie gereed is en de officier van justitie heeft een beslissing genomen kunt u t.z.t. opnieuw een verzoek indienen bij de rechter-commissaris.” Het verzoek werd afgewezen. Daag processtukken! Daag effectieve verdediging!

Wet Processtukken

Godzijdank is er nu de Wet Processtukken. Eind januari bezocht ik een cliënt, verdacht van het exploiteren van een hennepkwekerij. Met goede hoop zond ik op 31 januari een verzoek naar de officier van justitie om kennisneming van de processtukken. Voor de liefhebber: artikel 30 lid 1 Wetboek van Strafvordering.

De reactie was een teleurstellende standaardbrief (gedateerd 18 februari 2013). Het vakje dat was aangekruist werd gevolgd door de tekst: “De door u genoemde zaak is bij het Openbaar Ministerie niet bekend.” Zonde. Op naar lid 2 van artikel 30! Want de rechter-commissaris kan, indien de officier kennelijk weigert om kennisneming te verlenen, een termijn stellen waarbinnen dit alsnog moet gebeuren. Op 20 februari vroeg ik dit dan maar. Ik wacht eigenlijk – ondanks diverse rappels – nog steeds op antwoord…

algemene bekendheid

Maar alvast anticiperend op mijn opnieuw teleurstellende antwoord: goed, stel je voor, ik krijg mijn termijn. De officier moet bijvoorbeeld binnen twee weken de processtukken verstrekken. Wat gebeurt er als hij het niet doet? De wet voorziet namelijk op geen enkele manier in adequate rechtsgevolgen.

Het Openbaar Ministerie kan mijn briefjes straffeloos blijven negeren. Intussen tikt de klok door. Het is een feit van algemene bekendheid dat het geheugen van mensen naarmate de tijd vordert achteruit gaat. Er is dus soms een groot belang om in een zo vroeg mogelijk stadium inzicht in de verdenking te krijgen en aan de verdediging te beginnen. Hier zou de wet processtukken aan moeten bijdragen! Maar kennelijk zijn er geen maatregelen genomen bij het OM en de politie om tegemoet de komen aan de bedoeling van de wetgever. Kortom, een valse belofte!

Ik ben benieuwd naar de ervaringen van mijn confrères en collega’s en nodig ze uit om te reageren op mijn column.

Maarten Meulemeesters is advocaat bij Van Boom Advocaten in Utrecht. Meulemeesters stond dit jaar onder meer een van de Roemeense ecortkillers bij en ook Mohamed K., bekend van de Breukhovense kluisroof.

Columnist advocaat Jeroen Nijboer wil nazorg voor onterecht gedetineerden

2 reacties

Jeroen Nijboer

Hoe anders gaat de overheid om met mensen die ten onrechte in detentie hebben gezeten. Ex-verdachten. Is de overheid dan ook betrokken? Het antwoord is nee.

door Jeroen Nijboer

Er zijn weinig dingen zo vervelend als bij je auto aankomen en te moeten constateren dat de voorruit is ingeslagen en het navigatiesysteem is weggenomen. Wat volgt is een tocht –in de tocht- naar Carglass, na eerst de nodige glassplinters van de bestuurdersstoel te hebben geveegd. Natuurlijk doet u ook aangifte.

Eén van de vragen die aan u gesteld zullen worden aan het einde van de aangifte is of u behoefte heeft aan Slachtofferhulp. Dat heeft u natuurlijk niet; het is weliswaar vervelend wat er is gebeurd maar u zult er niet snel psychische schade aan overhouden.

slachtoffers

Toch wordt een ieder die aangifte doet, van welk strafbaar feit dan ook, expliciet gevraagd of er behoefte bestaat aan nazorg. Dit past in het beeld van het strafrecht dat de laatste jaren meer en meer aandacht voor het slachtoffer kent. Dat is ook te zien bij andere gebeurtenissen. Bij ieder incident van enige omvang worden voorlichtingsbijeenkomsten gehouden in buurthuizen, sporthallen enzovoorts, vaak voorgezeten door de driehoek van burgemeester, politie en OM.

rechtszaken

Tegenwoordig wordt werkelijk alles in het werk gesteld om direct of indirect getroffenen van een strafbaar feit te informeren, te kalmeren en te begeleiden. Medewerkers van Slachtofferhulp begeleiden geregeld nabestaanden en andere getroffenen tijdens rechtszaken, ook als dat dagenlange behandelingen zijn. Vaak is er ook een aparte ruimte op de rechtbank waar de benadeelden tussen de bedrijven door kunnen verpozen.

tijdsbeeld

Met het voorgaande is niets mis. Integendeel, het geeft burgers het gevoel dat er naar ze wordt geluisterd, dat ze serieus worden genomen in hun verdriet en verontwaardiging. Dat de overheid slachtoffers zo goed mogelijk probeert op te vangen en te begeleiden past in het huidige tijdsbeeld waarin de bejegening van slachtoffers veel nadrukkelijker dan voorheen de aandacht heeft.

betrokken

Hoe anders gaat de overheid om met mensen die ten onrechte in detentie hebben gezeten. Ex-verdachten. Is de overheid dan ook betrokken? Het antwoord is nee.

Ik stond het afgelopen jaar een jongeman bij die werd verdacht van betrokkenheid bij een overval op de plaatselijke snackbar. Hij ontkende. Hij zat naar eigen zeggen die avond thuis bij zijn moeder. Zijn moeder en zus bevestigden zijn alibi. Net als een vriend met wie hij die avond aan het gamen en onderwijl aan het chatten was geweest. Toch werd hij in voorlopige hechtenis genomen. Dit op basis van twee getuigen die hem meenden te hebben herkend.

kraambed

De voorlopige hechtenis duurde enkele maanden. In die periode werd mijn cliënt vader. Zijn vriendin was gedurende zijn hechtenis uitgerekend. Hij miste door zijn detentie de geboorte van zijn kind en de daaropvolgende kraamtijd. Hij was de wanhoop nabij. Een paar dagen voordat de inhoudelijke behandeling van de zaak zou gaan plaatsvinden en mijn cliënt zijn verhaal kon doen werd hij pardoes in vrijheid gesteld door de officier van justitie. Hij bleek op basis van telecomgegevens (die naar mij later bleek al bekend waren vóór de geboorte van zijn kind) inderdaad niet te linken aan de plaats delict. Cliënt werd in vrijheid gesteld.

Immateriële schade

Vervolgens bleef het oorverdovend stil. Geen telefoontjes, geen bijeenkomst, geen hulp of begeleiding. Dit terwijl hij ernstige immateriële schade heeft geleden. Wat hem rest is het indienen van een verzoek via zijn advocaat om financieel te worden gecompenseerd. De overheid doet dat niet uit zichzelf namelijk.

anonieme informatie

Dit is niet het enige schrijnende geval uit mijn praktijk. Een paar jaar eerder stond ik een vrouw bij die volstrekt ten onrechte een paar weken op Schiphol werd vastgehouden. Volgens een anonieme bron zou zij verdovende middelen bij zich hebben. Niets bleek minder waar. Ondanks haar stellige ontkenning zat zij, enkel op basis van anonieme informatie, ongeveer drie weken vast. Toen justitie zich realiseerde dat zij inderdaad niets bij zich had werd zij met een busje van het cellencomplex op Schiphol-Oost weer naar de aankomsthal gebracht; “prettige reis verder mevrouw”.

mensonterend

De vrouw die ik bijstond op Schiphol was bang en aangeslagen. Zij durfde na dit voorval nog maar nauwelijks de straat op te gaan. Ook in dit geval was er niemand die zich om haar bekommerde. Ook niet nadat het gerechtshof in Amsterdam (zij werd nog vervolgd voor verzet bij haar aanhouding!) vernietigend oordeelde; deze vrouw was mensonterend behandeld.

schadevergoeding

Het verontrustende van het bovenstaande is dat dit nog maar een paar voorbeelden zijn uit de praktijk van een individuele advocaat. Ik ben er van overtuigd dat iedere strafpleiter meerdere van dit soort gevallen kent. En natuurlijk is er de mogelijkheid om een schadevergoedingsprocedure te starten; maar zou de overheid bij evidente missers ook niet eens zelf daartoe het initiatief kunnen nemen? Zodat die lange gang naar de rechter achterwege kan blijven?

nazorg

Maar vooral ben ik van mening dat aan onterecht gedetineerden ook nazorg geboden zou moeten worden. Vaak zijn mensen door hun detentie veel kwijt geraakt. Werk of een woning bijvoorbeeld. Daar komt nog eens bij dat de gewezen verdachte regelmatig te kampen heeft met gevoelens van onmacht en frustratie. Voor die groep slachtoffers zou er een speciaal loket moeten zijn.

Nazorg moet immers aan álle slachtoffers worden geboden; aan degene wiens autoruit is ingeslagen maar zeker ook aan degene die als gevolg van onrechtmatig overheidsoptreden van zijn vrijheid beroofd is geweest.

 

Jeroen Nijboer is advocaat bij Ausma en De Jong Advocaten. Nijboer stond dit jaar onder meer de beruchte kettingtrekker bij.

Columnist van de week Willem Jan Ausma over het media optreden van advocaat Jan Vlug

2 reacties

willemjan_large

Het optreden van Jan Vlug, de advocaat van Jasper S. is ontwapenend en verademend.

door Willem Jan Ausma

Collega Jan Vlug zorgt er in ieder geval voor dat de aandacht voor zijn cliënt Jasper S. wordt afgeleid. Er is veel commentaar op zijn optreden in de media. Ik noem het ‘ontwapenend en verademend’.

Vooropgesteld dat het altijd makkelijk is om van de zijlijn commentaar te leveren. Bovendien doe je het, ook of beter nog juist als advocaat, nooit goed. Zeg je niets, dan laat je over je heen walsen, zeg je wel wat, dan is het of niet in het belang van de cliënt of krijg je legio haatmails op je afgevuurd omdat je ook de andere kant voor het voetlicht wil brengen.

sensatie

Een verdachte, en daarmee ook vaak zijn of haar advocaat is tegenwoordig aangeschoten wild. Menigeen is gaarne bereid zich negatief over de verdachte uit te laten en dat wordt maar al te graag opgetekend door op sensatie beluste journalisten. Neem het artikel over Sander V., waarin een ex-vriendinnetje werd geciteerd die wist te vertellen dat hij ook in bed gewelddadig was. De dame is kwestie werd vervolgens door de politie gehoord en verklaarde dit nooit zo gezegd te hebben gezegd en dat Sander juist heel lief en teder was.

mens achter de verdachte

Een verdachte is ook maar een mens die veelal door een samenloop van omstandigheden is gekomen tot het plegen van een strafbaar feit. Met name de advocaat krijgt de mens achter de verdachte te zien. En dat is vaak een geheel ander beeld dan dat voor de buitenwereld is ontstaan. Juist de mens achter de verdachte maakt het dat ik, ondanks alle kritiek van de buitenwereld, gemotiveerd blijf om mijn werk te doen. Dat houdt in de belangen van de verdachte zo goed mogelijk behartigen. Beeldvorming naar buiten toe is daar een onderdeel van.

Badr Hari

Het hangt van de proceshouding van de verdachte af wat je wel en niet kunt zeggen. Bij een ontkennende verdacht met veel bewijs is dit lastig en kun je je maar beter gedeisd houden. Bij Pauw en Witteman gaan zitten om te zeggen dat Badr Hari ook zijn goede kanten heeft is moedig, maar hij heeft ze wel en als advocaat moet je daar voor staan. Uiteraard altijd in overleg met je cliënt.

Het rare is dat de lieden met het meeste commentaar zelf door wat voor onvoorziene omstandigheden ook zelf eens in de penarie komen, ook een beroep doen op een advocaat die zich in het verleden heeft bewezen en alles voor hun uit de kast haalt.

ijdeltuiten

Natuurlijk zijn advocaten ook ijdeltuiten en moeten aan pr doen. Als men je niet kent, komen ze ook niet bij je, zo simpel is dat. En of je nu als strafpleiter pro deo civielrechtelijke problemen op TV oplost of op een open wijze over Jasper S. praat, ieder moet zijn of haar ding doen. Dat eeuwige commentaar leveren is zo simpel en al helemaal door lieden die zelf nog nooit met hun voeten in de modder hebben gestaan.

Een aantal jaren geleden werden en naar aanleiding van een optreden van mij in een radioprogramma over de Somalische piraten zelfs Kamervragen gesteld. Vervolgens kreeg ik een brief van de deken met het verzoek hier op te reageren. Ik stuurde de deken een afschrift van mijn reactie aan desbetreffend kamerlid, waarin ik aangaf dat alles in overeenstemming met cliënt was en bij een volgende keer de vragen ook rechtstreeks aan mij gesteld kunnen worden in plaats van aan de minister. De deken deelde mij vervolgens mede dat zij overigens van de uitzending had genoten.

Ik moet de eerste zaak nog meemaken waarin een verdachte wordt veroordeeld vanwege uitlatingen van zijn advocaat. Enige nuance is derhalve geboden.

mr Willem Jan  Ausma

Willem Jan Ausma is eigenaar van advocatenkantoor Ausma en De Jong in Utrecht. Hij verdedigde dit jaar niet alleen Somalische piraten. Hij had ook nog tijd voor Sander V., Bob H. en Jasper van A.

Older Entries

%d bloggers liken dit: