Joost-Denissen

 

 

 

 

Joost Denissen

‘ik ben voorstander van de invoering van elektronische detentie om bij ‘korte’ gevangenisstraffen de negatieve effecten van een verblijf in de gevangenis te ontlopen’.

Columnist Joost Denissen ziet niets in de manier waarop staatssecretaris Fred Teeven elektronisch huisarrest wil invoeren. Denissen vreest dat gestraften thuis met een biertje op de bank eindigen.

On the road

Als strafpleiter met een landelijke praktijk reis je het hele land door om cliënten bij te staan ter zitting en hen te bezoeken. Hoewel de voorgestelde sluiting van een groot aantal penitentiaire instellingen wellicht tot wat minder reizen zal leiden, blijft de prettige bijkomstigheid van een geregeld verblijf in de auto en de daardoor geboden gelegenheid om eens rustig een radio-uitzending te beluisteren.

Interview

Het interview met de Staatsecretaris van Veiligheid en Justitie over zijn Masterplan DJI in het radioprogramma ‘Met het oog op morgen’ op 23 maart 2013 begon sterk, met het voorhouden van een tweetal citaten van deze voormalig officier van justitie:

Thuisdetentie is geen geloofwaardige vervanging van gevangenisstraf.”

“Het vervangen van gevangenisstraf door thuisdetentie is te triest voor woorden.”

Voorstel

Er wordt onder meer een wetswijziging voorgesteld die ziet op een aanpassing van de wijze waarop gevangenisstraffen ten uitvoer kunnen worden gelegd. De bestaande wijze van detentiefasering wordt afgeschaft. Elektronische detentie – als executiemodaliteit – wordt ingevoerd.

Hiermee wordt ingezet op een vermindering van recidive en een forse bezuiniging.

Paradox

Het voorstel om elektronische detentie in te voeren lijkt in eerste instantie tegenstrijdig aan de in het verleden gedane uitspraken van de Staatsecretaris. Immers, hij zegt dat het geen goed idee is. Vervolgens stelt hij voor om het in te voeren.

Bij nadere bestudering van het voorstel blijkt echter dat sprake is van een schijnbare tegenstelling. Teeven is nog steeds geen voorstander van elektronische detentie:

“Ik neem met overtuiging de eerste twee maatregelen; mensen op een arrestantenregime en mensen met zijn tweeën op één cel. En noodgedwongen neem ik de maatregel van elektronische detentie. (…) Die enkelband is een maatregel die ik liever niet genomen had, maar om de bezuinigingen te realiseren ga ik het toch doen.”

Aldus Fred Teeven zelf in een afrondende beschouwing aan het eind van het interview.

Toch voert hij het in. Echter op een wijze die aan de effectiviteit van het voorstel ernstig afbreuk doet. Na bestudering van het Wetsvoorstel, de Memorie van Toelichting en het Masterplan DJI 2013-2018 is het wat mij betreft de vraag hoe vaak in de praktijk elektronische detentie zal kunnen worden toegepast. Mijns inziens worden de gestelde doelen op de voorgestelde wijze onvoldoende nagestreefd.

Detentiefasering

De af te schaffen detentiefasering houdt in – kort gezegd – het geleidelijk toewerken van een gedetineerde naar steeds meer vrijheden. Onderdeel daarvan zijn verschillende vormen van verlof, verschillende vormen van regime en het penitentiair programma.

Elektronisch toezicht

Elektronisch toezicht – dit is iets anders dan elektronische detentie – is vaak onderdeel van het penitentiair programma. Met dit instrument kan er op worden toegezien of de gedetineerde zich op een geboden locatie – zoals het verblijfadres of op het werk – bevindt.

Elektronische detentie

De nieuw in te voeren elektronische detentie kan in de eerste plaats worden toegepast bij (relatief) korte gevangenisstraffen van minder dan 6 maanden.

Daarnaast is voorzien in toepassing van elektronische detentie aansluitend op het deels ondergaan van een gevangenisstraf van meer dan 6 maanden, als deze ten minste voor de helft is ondergaan. In ieder geval kan elektronische detentie nooit langer duren dan 18 maanden.

De rechter kan desgewenst een stokje steken voor elektronische detentie, door in zijn uitspraak aan te geven dat die modaliteit in een specifieke geval niet mag worden toegepast.

Voorstander

Op zichzelf ben ik voorstander van de invoering van elektronische detentie. Immers, die modaliteit biedt de gelegenheid om bij ‘korte’ gevangenisstraffen de negatieve effecten van een detentie te ontlopen. Een en ander met behoud van woning, werk, sociaal netwerk etc. en het uitblijven van een negatieve invloed van detentie.

Het biedt de rechter bovendien de gelegenheid om een straf op te leggen die als tussenvariant zou kunnen gelden tussen een werkstraf en een gevangenisstraf.

Daarnaast biedt het de gelegenheid om aansluitend op het ondergaan van detentie, voorbereid te worden op een (volledige) terugkeer naar de samenleving. Een mogelijkheid die overigens thans al wordt geboden door de detentiefasering in combinatie met elektronisch toezicht.

Abrupte overgang

Door afschaffing van de detentiefasering is van een geleidelijke gewenning aan en een terugkeer naar de samenleving, niet langer sprake. Van een abrupte overgang des te meer. Van de een op de andere dag zal een gedetineerde vanuit de gevangenis terecht komen in een situatie met veel meer vrijheid.

Noch in de Memorie van Toelichting, noch in het Masterplan wordt hieraan enige overweging gewijd. Mijns inziens zou het terugdringen van recidive gediend zijn met het behoud van de detentiefasering althans enige vorm daarvan en meer integratie daarvan met de modaliteit elektronische detentie.

Voorwaarden

Het Wetsvoorstel voorziet in een aantal voorwaarden waaronder elektronische detentie kan worden toegepast. Bijvoorbeeld gedetineerden zonder geldige verblijfstatus of een geldig identiteitsbewijs zullen worden uitgesloten van deelname aan elektronische detentie. Is er rekening mee gehouden dat met de strafbaarstelling van illegalen, een toename zal plaatsvinden van juist deze groep gedetineerden?

Voorts dient men te beschikken over een vast en aanvaardbaar verblijfadres. Ervaringen met de aanvraag van verlof en elektronisch toezicht leren dat een geschikt adres niet zonder meer voorhanden is. Met grote regelmaat wordt het verblijfadres dat men voor ogen had om uiteenlopende reden ongeschikt geacht.

Daarnaast zullen bij de beoordeling van de geschiktheid voor deelname aan elektronische detentie de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke risico’s worden meegenomen. Daarbij wordt acht geslagen op de criminele en justitiële – interessant onderscheid – voorgeschiedenis van de veroordeelde en psychische gesteldheid of verslaving. Een en ander zal zien op een niet onaanzienlijk deel van de detentiepopulatie.

Uitsluiting

Het voorstel neemt als uitgangspunt dat elektronisch detentie alleen is bedoeld voor gemotiveerde gedetineerden. Vrijheden moeten met goed gedrag worden verdiend. Gelet op het voorgaande worden echter bepaalde groepen gedetineerden reeds op voorhand uitgesloten. Ongeacht motivatie of gedrag.

Arbeid

Er zullen nadere regels gesteld worden in verband met de mogelijkheid van toepassing van elektronisch detentie. Onder meer met betrekking tot het werken tijdens de deelname aan elektronische detentie. In de Memorie van Toelichting of het Masterplan DJI 2013-2018 wordt niet concreet geduid hoe deze regels zullen luiden. Afgaand op de woorden van de staatsecretaris zullen dit strenge regels zijn. De vraag is in hoeverre gedetineerden in staat zullen zijn om te voldoen aan die regels.

In zijn bezuinigingsdrift, die met name het gevolg is van de economische crisis, gaat de staatssecretaris er kennelijk aan voorbij dat sprake is van een dergelijke crisis. De banen liggen niet voor het oprapen. Juist gedetineerden horen helaas vaak tot die groep die extra moeite ondervindt bij het vinden van werk. In de Memorie van Toelichting wordt hierover slechts kort gesteld dat het voornemen bestaat om gedetineerden zonder dienstverband waar mogelijk in te zetten voor werkzaamheden die ten nutte komen aan de maatschappij, zoals het onderhoud aan overheidsgebouwen en monument. Dit deed mij denken aan de minder elektronische voorloper van de enkelband.

clip_image002

Hoe aan een en ander concreet vorm zal worden gegeven en in hoeverre vraag en aanbod op elkaar zullen zijn afgestemd blijft onduidelijk.

 

Uitval

Hier uit zich met name het gebrek aan overtuiging bij de Staatsecretaris. In het Masterplan wordt uitgegaan van een uitvalpercentrage van 10%. Gelet op het voorgaande zou ik de staatssecretaris willen adviseren om na te gaan, of dat uitvalpercentage als gevolg van door hem te stellen voorwaarden aan elektronische detentie wel reëel is. Dat percentage zou wel eens veel hoger kunnen liggen. De voorgestelde bezuinigingen zullen dan niet worden bereikt.

Alternatieven

Vanuit het perspectief van recidivebeperking is het overigens opvallend te noemen dat in het voorstel niet is voorzien in een alternatieve vorm van afdoening noch begeleiding voor diegenen die uiteindelijk niet in aanmerking komen voor elektronisch detentie, terwijl de detentiefasering in het geheel wordt afgeschaft.

Capaciteit

Dit gegeven in combinatie met andere voornemens van de regering doet de vraag rijzen of er na de voorgestelde sluiting van al die gevangenissen nog wel voldoende capaciteit over is voor de huisvesting van deze gedetineerden. Zo is aangekondigd dat er naar zal worden gestreefd om opgelegde gevangenisstraffen vaker en sneller daadwerkelijk ten uitvoer te leggen. Daarnaast wordt het wenselijk geacht dat bij een veroordeling de opgelegde gevangenisstraf direct ten uitvoer wordt gelegd, ondanks hoger beroep waardoor de uitspraak van de rechter nog niet definitief is.

Voor je het weet zitten veroordeelden, bij gebrek aan capaciteit, gewoon lekker thuis met een biertje op de bank.

Proost!

Joost Denissen is advocaat in Utrecht bij Louwerse & Veen Advocaten en gespecialiseerd in de behandeling van strafzaken en detentiezaken. Hij is ook bestuurslid van de vereniging van jonge Nederlandse strafrechtadvocaten. (NVJSA). Denissen verdedigt een van de verdachten van de moord op Bart Nelson.

Advertenties